Terug

Camoes

Van sommige dichters staat voor mij niet vast waar de bewondering meer door gevoed wordt: door de poëzie of door het bijzondere (lees: bizarre) leven wat ze geleid hebben.
De overtreffende trap hiervan wordt wat mij betreft bereikt met de Portugese 16e eeuwse dichter Camoes. Iedereen die het werk van Slauerhoff kent, heeft ook van hem gehoord, in mijn hoofd zinderde al twintig jaar de gedachte ‘Wie mag deze Portugees dan zijn geweest dat S. er zo idolaat van was?’Nu is voor het eerst een werk van Camôes verschenen in Nederland in een vertaling van August Willemsen. Tegenwoordig moeten dichters goed kunnen slammen en zich profileren naar het publiek, met een website met filmpjes. Van Camoes staat niet vast wanneer hij geboren is.
Toen hij begin twintig was verloor hij een oog in een gevecht. De eerste biografische gegevens verschenen pas 33 jaar na zijn dood.
De verhalen die vaststaan zijn al woester dan menig dichter van nu gepast acht: betrokken bij kloppartijen, gevangenisstraf, een verhouding met zowel de vrouw als dochter van een edelman. Daar komen nog niet bewezen verzinsels bij.
Het manuscript van Os Luciades, zijn debuut, zou hij van de ondergang hebben gered toen hij schipbreuk leed na een verblijf van zeventien jaar in de Oost, Indië, Macau en Mozambique. Van de overige is niets bij zijn leven verschijnen, maar nu dankzij Willemsen wel. Hier en daar heeft Willemsen gekozen voor wat meer archaïsch woordgebruik dan het Portugees, wellicht om de versvormen te handhaven. Met nog meer prachtige verhalen over zijn leven en werk ‘Ware voor zo lange liefde niet zo kort het leven’.

Egbert Born
uit: Perdu Nieuwsbrief november 2007

Ware voor zo lange liefde niet zo kort het leven
Luis de Camoes
vert. August Willemsen
Uitgeverij De Arbeiderspers
prijs: EUR 29,90


Luís de Camões leefde van ca 1524 tot 1580.
Slauerhoff formuleerde het noodlot van Camões heel bondig in het korte verhaal De laatste verschijning van Camões: "Geëxalteerd had hij de bloei en de stuiptrekkingen van een klein en pover rijk gezien als wereldschokkend en verheerlijkt in gedichten, zwaar van klank, maar even dwaas vergeefs als al het wapengekletter en kanongebulder. Daarna had hij nog de lafheid begaan op latere leeftijd terug te keren, hopend op de koestering van de roem. En willoos, zonder verzet, had hij zich laten doodhongeren, nog dankbaar met de aalmoes van een onvoldoend jaargeld en de resten van de tafel van de schaarse rijken."
Het is een zeer bondige samenvatting van de levensloop van Camões, die heden in Portugal wordt vereerd als de grootste dichter aller tijden. Die roem is vooral verbonden aan het magistrale epos Os Lusíadas (1572), waarmee Camões zich tot doel had gesteld Homeros te overtreffen. Os Lusíadas (hetgeen 'de Portugezen' betekent — Lusus is de mystieke aartsvader van het Portugese volk) was bedoeld als een monument voor de wereldwijde veroveringstocht van de Portugezen sinds Vasco da Gama's historische tocht naar India.

Hieronder een sonnet van Luís de Camões: Alma minha gentil que te pertiste...'
Het is een sonnet vol heimwee en verlangen, eerder melancholiek dan triest. Het weerspiegelt het verdriet om een onherstelbaar verlies, in dit geval de dood van een beminde. Camões weet als geen ander de gevoelens van pijn op te roepen en te laten stralen als een zon in de duisternis.

Camões wou vrij zijn, smaadde zich een keten,
Zwierf in China, maar schreef de Lusíade,
Zijn leven lang door 't heldenlied bezeten,
Het was een dwangarbeid en toch genade.

Soms vluchtend, soms gekerkerd, soms vergeten,
Aan 's levens eind ook door den roem verraden,
Stierf hij in 't pesthuis, eenzaam zonder eten.
Gij martelt mannen, Muze, nooit verzade!

(J. Slauerhoff, Camões, uit Al dwalend)


Alma minha gentil

Mijn zielsgeliefde, die zijt heengegaan
vroegtijdig uit dit onverzoenlijk leven,
hemelsche, zoete rust zij U gegeven,
laat mij op aarde treurig voortbestaan.
Als in de ijlten waar gij zijt, misschien
men heugnis gunt aan wat op aard bezeten,
wil dan de vurige liefde niet vergeten,
die ge in mijn oog zoo zuiver hebt gezien.
En meent ge dat U eenig nut kan geven
de groote smart, die in mijn wezen schreit,
't onheelbaar leed uit Uw verlies gebleven,
Bid dan aan God, Meester van onze tijd,
dat Hij mij even spoedig 't weerzien geve,
als uit mijn oog Hij U heeft weggeleid.

(Vertaling Marcus de Jong, uit Beknopte geschiedenis der Portugese Letterkunde, L.J. Veen, 1958)


  Terug   naar boven