Terug

'Ik ben naar bed geweest met alle gevoelens'

Peter de Boer
Trouw, 9 september 2006

'Ik ben naar bed geweest met alle gevoelens' Peter de Boer In de woeste visioenen van Álvaro de Campos, een 'afsplitsing' van Fernando Pessoa, wordt de hele kosmos op één prachtige hoop geveegd.

De verschijning van 'Gedichten 1913-1922' van Álvaro de Campos is een nieuw hoogtepunt in de gestaag groeiende Pessoa-bibliotheek van De Arbeiderspers.
De vertaler, August Willemsen, introduceerde het werk van de Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935) al in 1978 in een tweetalige bloemlezing 'Gedichten' waarin hij ook werk opnam van Pessoa's 'heteroniemen' Alberto Caeiro, Ricardo Reis en Álvaro de Campos.

De gedichten van die heteroniemen zijn natuurlijk ook door Pessoa zelf geschreven, maar hun existentiële status overstijgt die van het pseudoniem waarin de dichter zich verschuilt achter een andere naam. Pessoa verschool zich niet, hij openbáárde zich juist in zijn heteroniemen, die hij elk had voorzien van een eigen biografie en hun eigen formele en psychische obsessies.

Op de psychische aspecten van deze biografische 'maskerade', zo omschreef Pessoa het zelf, kan ik in dit bestek niet ingaan. Feit is dat Pessoa deze bijna-reële afsplitsingen van zichzelf gebruikte om zijn gecompliceerde, tegenstrijdige gevoels- en gedachtewereld op te roepen op een wijze die hij zelf in zijn andere werk niet zo kon of wilde uitdrukken.

Tegenover Caeiro, de ongekunstelde antimetafysicus , en Reis, de stoïcijnse classicus, lijkt Campos, scheepsbouwkundig ingenieur in ruste, bijna een ongeleid projectiel die alle sensaties en gedachten, al het leven en de dingen, al het geweld en alle liefde wil ervaren en 'concentreren en versmelten / In mijn ziel'. Hij is de nu eens hysterische, dan weer megalomane en opgewekte, en vervolgens weer tedere en droevige carnivore alleseter van het universum.

Met name in zijn grote sensationistische werken als het weergaloze 'Ode van de zee', 'Groet aan Walt Whitman' en 'Het verstrijken der uren ' trekt hij er in vrije verzen vol uitroepen, tussenwerpsels en krachttermen op uit om zijn kosmische vraatzucht te bevredigen. 'Ik ben naar bed geweest met alle gevoelens, / Ik was de souteneur van alle emoties'. Elders luidt zijn credo: 'Alles voelen op alle wijzen, / Alles leven van alle kanten, / Eénzelfde ding zijn op alle mogelijke manieren tegelijk, / In zich het hele mensdom realiseren van alle ogenblikken'.

Bij die onmogelijke taak kan hij zich geweldig opzwepen: daverend en eufoor verliest hij zich in 'de koortsmachine van mijn overstelpende visioenen', zoals: 'het orgastische geraas van orgiën van bloed op zee'.

Ook de begroeting van zijn held Walt Whitman heeft dat koortsige: 'Inwendig orgasme van alle uitwendige dingen, / Pooier van het hele Universum, Hoer van alle zonnestelsels, flikker van God!' Tegelijk inspireert Whitman hem tot een van de sterkste zelftyperingen van zijn werk: 'Daarom richt ik tot jou / Mijn verzen-sprongen, mijn verzensalto's, mijn verzenorgasmen, / Mijn verzen-hysterische aanvallen, / Mijn verzen die de [?] kar van mijn zenuwen trekken'.

En toch. Hoezeer hij zich ook identificeert met de Amerikaan, tegen diens enthousiaste, voluit de liefde en de kosmos omarmende knuffels kan hij niet op. Want Campos kan zó van geile razernij en kolkende visioenen terugvallen in een besef van misluktheid en zelfhaat. Dan ziet hij zich opeens als de 'volmaakte lijder aan de universalitis' en vervalt hij in krachttermen (?Duizendmaal klote om alles wat ik niet kan doen'), gevoelens van walging en zelfdestructie. Dit laatste staat ver af van de vereerde Whitman.

Ook de futuristische folklore die hij ruimschoots opvoert - een denderende zang van treinen, transmissiekabels, vliegwielen, schepen en 'het ijzeren kosmopoliete rijden' - blijkt uiteindelijk tegen het vitalisme zoals de echte futuristen het zagen niet opgewassen. Hier slaat de euforie weer om in treurnis en het frequente gevoel tekort te schieten.

Maar intussen! Wat een taalmacht heeft deze Campos/Pessoa, ook al is het hem nooit genoeg om alles in het universum te 'concentreren en versmelten'. Zie het kadergedicht, dat geen toelichting behoeft, alleen maar ontvankelijke lezers. Wat veegt zijn verbeelding in dit fragment het leven, God en de dagelijkse sleur op één prachtige hoop!

   Terug   naar boven